PhD Thesis

Een complex-cognitieve benadering van stedebouwkundig ontwerpen

Stolk, EH. (2015). Een complex-cognitieve benadering van stedebouwkundig ontwerpen. A+BE | Architecture and the Built Environment.

Summary

De motivatie voor dit proefschrift is ontstaan in de stedebouwkundige praktijk. Ten eerste vanuit een verbazing over de complexiteit van de opgaven waarvoor stedebouwkundigen wordt gesteld, en de manieren die ze in hun loopbaan ontwikkelen om met deze complexiteit om te gaan. Ten tweede vanuit een verbazing over de hoge mate van ongrijpbaarheid van deze manieren van werken: veelal worden deze niet expliciet benoemd en zijn ze in hoge mate individueel van aard. In een tijd waarin vele vakgebieden de stad ontdekken is het noodzakelijk dat deze impliciete kennis, die is opgeslagen in het vakgebied, expliciet wordt gemaakt. Enerzijds is dit nodig om eerdere fouten te voorkomen, anderzijds om de succesvolle manieren van werken uit te bouwen en deelbaar te maken met anderen. De recente economische crisis heeft bovendien aan het licht gebracht dat voor stedebouwkundigen vanzelfsprekende (en noodzakelijke) onderdelen van het ontwerpproces voor opdrachtgevers niet zo evident zijn. In dit proefschrift is een start gemaakt met een fundament op basis waarvan deze processen meer expliciet kunnen worden benoemd. Een aantal bouwstenen voor dit fundament is gelegd in een tweetal congressen die gedurende het schrijven van het proefschrift samen met Juval Portugali zijn georganiseerd: Complexity Theories of Cities Have Come of Age in 2009, en Complexity, Cognition, Urban Planning and Design in 2013. Op deze congressen zijn de verbindingen die in dit proefschrift worden gelegd besproken met de betrokken wetenschappers. Ik raad iedereen die in zijn/haar proefschrift nieuwe verbanden wil leggen aan iets vergelijkbaars te doen: wetenschap is mensenwerk, en er is niks leuker dan deze mensen samen te brengen en je ideeën te bespreken met de mensen achter de artikelen en boeken. Een aantal van deze mensen is van grote invloed geweest op dit de inhoud van dit proefschrift: Hermann Haken, Michael Batty, Bill Hillier, Jeffrey Johnson, Scott Kelso, Paul Thagard, en Barbara Tversky.